HOOFDSTUK 2
Een merkwaardig stel
De twee Steve’s

Jobs en Wozniak in de garage, 1976
Woz
Als leerling van McCollum raakte Jobs bevriend met iemand die al van school af was en die op school legendarisch was omdat hij op het gebied van de elektronica geniaal was. Stephen Wozniak, wiens jongere broertje met Jobs in een zwemteam had gezeten, was bijna vijf jaar ouder en wist veel meer over elektronica. Maar emotioneel en sociaal was hij nog steeds een echte nerd.
Net als Jobs had Wozniak veel geleerd van zijn vader. Maar hun lessen waren anders geweest. Paul Jobs was een drop-out van high school die, als hij auto’s repareerde, wist hoe hij een leuke winst kon maken door de juiste deal te sluiten over de onderdelen. Francis Wozniak, beter bekend als Jerry, was een briljante afgestudeerde technisch ingenieur van Cal Tech, waar hij quarterback was geweest in het footballteam, die techniek verheerlijkte en neerkeek op mensen in handel, zaken en verkoop. Hij werd raketwetenschapper bij Lockheed waar hij geleidingssystemen ontwierp. ‘Ik herinner me dat hij vertelde dat techniek op de allerhoogste trede van belangrijkheid stond, die je op de wereld maar kon bereiken,’ vertelde Steve Wozniak later. ‘Techniek tilt de samenleving naar een hoger niveau.’
Een van Wozniaks oudste herinneringen is dat hij in een weekeinde met zijn vader naar diens werkplaats ging en allerlei elektronische componenten zag, die zijn vader ‘met mij op de tafel uitstalde zodat ik ermee kon spelen’. Hij keek geboeid toe hoe zijn vader probeerde een golvende lijn op een scherm vlak te krijgen, zodat hij kon testen of een door hem ontworpen circuit goed werkte. ‘Ik kon zien dat wat mijn vader ook deed, het belangrijk was en goed.’ Woz, zoals hij toen al genoemd werd, vroeg altijd over de weerstanden en transistors die door het hele huis lagen en dan pakte zijn vader een schoolbord en illustreerde hij wat ze aan het doen waren. ‘Hij legde dan uit wat een transistor was door helemaal terug te gaan naar atomen en elektronen. Toen ik in second grade zat, legde hij uit hoe weerstanden werken, alleen niet met vergelijkingen, maar door me het te laten tekenen.’
Steve Wozniaks vader leerde hem nog iets wat in zijn kinderlijke, verlegen geest gegrift werd: lieg nooit. ‘Mijn vader geloofde in eerlijkheid. Extreme eerlijkheid. Dat is het belangrijkste dat hij me heeft geleerd. Ik lieg nooit, ook nu nog niet.’ (De enige uitzondering was voor een goede practical joke.) Bovendien doordrenkt hij zijn zoon met een afkeer tegen extreme ambitie, wat Wozniak onderscheidt van Jobs. In 2010, veertig jaar na hun eerste ontmoeting, was Woz aanwezig bij de lancering van een nieuw product van Apple en overdacht hardop hun verschillen. ‘Mijn vader zei tegen me dat ik altijd in het midden wilde zitten,’ vertelde hij. ‘Ik wilde niet bij de hoogvliegers horen zoals Steve. Mijn vader was technisch ontwerper en dat wilde ik ook worden. Ik was altijd veel te verlegen om zo’n zakenman als Steve te worden.’
In fourth grade werd Wozniak, in zijn eigen woorden, een van de electronic kids. Hij legde makkelijker oogcontact met een transistor dan met een meisje en hij kreeg dat gedrongen en gebogen uiterlijk van iemand die het grootste deel van de tijd over printplaten gebogen staat. Op dezelfde leeftijd als Jobs toen die zich verbaasde over een koolmicrofoon die zijn vader niet uit kon leggen, gebruikte Wozniak transistors om een intercomsysteem aan te leggen met versterkers, schakelkastjes, lampen en zoemers dat de slaapkamers van zes kinderen in de buurt met elkaar verbond. En op de leeftijd waarop Jobs Heathkits bouwde, zette Wozniak een zender en ontvanger in elkaar van Hallicrafters, de meest verfijnde radio van zijn tijd, en kreeg hij met zijn vader een zendvergunning.
Woz zat veel tijd thuis met zijn vader elektronicatijdschriften te lezen en raakte helemaal in de ban van verhalen over nieuwe computers, zoals de krachtige ENIAC. Omdat hij booleaanse algebra makkelijk vond, verbaasde hij zich erover hoe eenvoudig, in plaats van ingewikkeld, computers eigenlijk waren. In eighth grade bouwde hij een rekenmachine die rekende met gebruikmaking van binaire getallen, met honderd transistors, tweehonderd diodes en tweehonderd weerstanden op tien printplaten. Hij kreeg er de eerste prijs voor bij een plaatselijke wedstrijd die door de luchtmacht was uitgeschreven, ook al waren er ook deelnemers die de twelfth grade al hadden afgerond.
Woz werd eenzelviger toen jongens van zijn leeftijd met meisjes begonnen uit te gaan en naar feestjes gingen, dingen die hij ingewikkelder vond dan het ontwerpen van circuits. ‘Waar ik eerst populair was en met de anderen fietste en zo, werd ik plotseling sociaal buitengesloten,’ vertelde hij. ‘Het leek alsof heel lang niemand een woord tegen me zei.’ Zijn uitlaatklep werden kwajongensstreken. In twelfth grade had hij een elektronische metronoom gebouwd – zo’n ding dat tijdens de muziekles onverstoorbaar het tempo aangeeft – en realiseerde zich dat die hetzelfde klonk als een tijdbom. Hij haalde de etiketten van een paar grote batterijen, plakte ze met plakband aan elkaar en legde ze in een leerlingenkastje. Hij had de metronoom zo ingesteld dat hij sneller ging tikken als het kastje werd geopend. Later die dag werd hij bij de directeur geroepen. Hij dacht dat hij weer eens de schoolprijs voor wiskunde gewonnen had, maar in plaats daarvan zat de politie op hem te wachten. De directeur, mijnheer Bryld, was erbij geroepen toen de ‘tijdbom’ was ontdekt, hij had het ding gepakt en tegen zijn borst geduwd en moedig het voetbalveld opgerend waar hij de draden eruit had getrokken. Woz probeerde het wel, maar kon zijn lachen niet inhouden. Hij werd naar een jeugdgevangenis gestuurd, waar hij de nacht doorbracht. Daar leerde hij zijn medegevangenen hoe je het snoer dat naar de ventilator aan het plafond liep, aan de tralies vast moest maken zodat iedereen die ze aanraakte, een schok kreeg.
Een schok krijgen was een ereteken voor Woz. Hij was er trots op dat hij een hardwaretechnicus was, hetgeen betekende dat het krijgen van elektrische schokken routine was. Hij ontwierp een keer een soort roulette waarbij vier mensen hun duimen in een gat doen; zodra de bal stilligt, krijgt een van hen een schok. ‘Hardwarelui spelen dit soort spelletjes, softwarelui zijn er te laf voor,’ merkte hij op.
In zijn laatste schooljaar kreeg hij een deeltijdbaan bij Sylvania Electric Products en kreeg hij de kans om voor de eerste keer met een computer te werken. Uit een boek leerde hij FORTRAN en hij las de handleidingen van de meeste systemen uit die tijd, te beginnen met de Digital Equipment PDP-8. Daarna bestudeerde hij de specificaties van de modernste microchips en probeerde hij de computers opnieuw te ontwerpen met gebruikmaking van die nieuwere onderdelen. De uitdaging die hij zichzelf stelde, was om de computers opnieuw te ontwerpen met zo weinig mogelijk onderdelen. ‘Ik deed dat in mijn eentje in mijn kamer met de deur dicht,’ vertelde hij. Iedere avond probeerde hij de tekening van de vorige avond te verbeteren. Tegen het einde van zijn laatste schooljaar was hij er een meester in. ‘Ik ontwierp nu computers met de helft van het aantal chips dat het bedrijf zelf in het ontwerp had gestoken, maar alleen op papier.’ Hij heeft het zijn vrienden nooit verteld. Per slot van rekening halen de meeste zeventienjarigen hun pleziertjes ergens anders uit.
Tijdens het weekeinde van Thanksgiving van zijn laatste jaar bracht Wozniak een bezoek aan de universiteit van Colorado. Die was vanwege de feestdag gesloten, maar hij trof een techniekstudent die hem een rondleiding door de laboratoria gaf. Wozniak smeekte zijn vader om hem daar te laten studeren, ook al was onderwijs in een andere staat eigenlijk duurder dan zij zich konden permitteren. Ze sloten een deal: hij mocht er een jaar naartoe, maar dan zou hij overgaan naar het openbare De Anza College vlak bij huis. Uiteindelijk zou hij gedwongen worden om zijn deel van de deal na te komen. Nadat hij in de herfst van 1969 op de universiteit van Colorado was begonnen, besteedde hij zoveel tijd aan het uithalen van kattenkwaad (zoals het printen van bergen papier met de tekst ‘Fuck Nixon’) dat hij voor enkele colleges zakte en voorwaardelijk verder mocht. Daarnaast had hij een programma geschreven om fibonaccigetallen uit te rekenen, dat echter zoveel computertijd verbruikte dat de universiteit dreigde hem de rekening te sturen. In plaats van het zijn ouders te vertellen, schreef hij zich in bij het De Anza.
Na een plezierig jaar op De Anza nam Wozniak even de tijd om wat geld te verdienen. Hij vond werk bij een bedrijf dat computers maakte voor de afdeling motorvoertuigen en daar deed een collega hem een schitterend aanbod: hij zou hem een paar reservechips geven zodat hij een van de computers die hij op papier had ontworpen, ook daadwerkelijk kon bouwen. Wozniak besloot om zo min mogelijk chips te gebruiken, als persoonlijke uitdaging maar ook omdat hij geen misbruik wilde maken van de vrijgevigheid van zijn collega.
Het grootste deel van het werk werd gedaan in de garage van een vriend, net om de hoek, Bill Fernandez, die nog op Homestead High zat. Om hun werk wat te smeren, dronken ze grote hoeveelheden Cragmont Cream Soda; ze fietsten met de lege flessen naar de Sunnyvale Safeway, inden het statiegeld en kochten nog meer. ‘Daarom gingen we hem de Cream Soda Computer noemen,’ vertelde Wozniak. Het was in principe een rekenmachine die getallen kon vermenigvuldigen die met een serie schakelaars waren ingevoerd, en de resultaten in binaire code met kleine lampjes weergaf.
Toen de computer af was, zei Fernandez tegen Wozniak dat er iemand op Homestead High zat die hij zou moeten leren kennen. ‘Zijn naam is Steve. Hij houdt van streken uithalen, net als jij, en hij zit ook in het bouwen van elektronica, net als jij.’ Dit kan wel eens de belangrijkste ontmoeting in een garage in Silicon Valley zijn geweest sinds Hewlett tweeëndertig jaar eerder die van Packard binnenging. ‘Steve en ik zaten eindeloos samen op het trottoir voor Bills huis en vertelden elkaar verhalen – de meeste over streken die we uitgehaald hadden en ook over de elektronicaontwerpen die we hadden gemaakt,’ vertelde Wozniak. ‘We hadden zoveel gemeen. Ik vond het meestal heel moeilijk om mensen uit te leggen met wat voor soort ontwerpen ik eigenlijk bezig was, maar Steve begreep het meteen. En ik mocht hem. Hij was wat mager en eigenwijs en zat vol energie.’ Jobs was ook onder de indruk. ‘Woz was de eerste die ik tegenkwam die meer wist van elektronica dan ik,’ zei hij ooit, waarmee hij zijn eigen kennis wat overdreef. ‘Ik mocht hem direct. Ik was wat volwassen voor mijn leeftijd en hij was wat onvolwassen voor de zijne, dus dat hief elkaar op. Woz was heel erg slim, maar emotioneel was hij van mijn leeftijd.’
Behalve hun belangstelling voor computers deelden ze ook hun passie voor muziek. ‘Het was een ongelooflijke tijd voor muziek,’ vertelde Jobs. ‘Het was alsof je leefde in de tijd van Mozart en Beethoven. Echt. Mensen zullen er op die manier op terugkijken. En Woz en ik zaten er heel diep in.’ Het was Wozniak die Jobs kennis liet maken met de meesterwerken van Bob Dylan. ‘We spoorden een gast genaamd Stephen Pickering op in Santa Cruz, die een nieuwsbrief over Dylan uitgaf,’ vertelde Jobs. ‘Dylan liet bandopnamen maken van al zijn concerten en sommige mensen om hem heen waren niet al te gewetensvol, want al gauw zwierven er overal kopieën, bootlegs van alles. En deze man had ze allemaal.’
Het opsporen van Dylan-tapes werd al gauw een gezamenlijke onderneming. ‘Dan zwierven we met ons tweeën door San Jose en Berkeley op zoek naar bootlegs van Dylan en verzamelden ze,’ aldus Wozniak. ‘We kochten folders met Dylan-teksten en bleven ze tot ’s avonds laat interpreteren. Dylans woorden raakten bij ons snaren van creatief denken.’ Jobs voegde hieraan toe: ‘Ik bezat meer dan honderd uur, waaronder alle concerten van de tournee van ’65 en ’66,’ de tournee waarop hij overging op elektrische gitaar. Beiden kochten een TEAC-bandrecorder van hoge kwaliteit. ‘Ik gebruikte de mijne op lage snelheid om maar zoveel mogelijk concerten op één band op te kunnen nemen,’ zei Wozniak. Jobs was net zo bezeten. ‘In plaats van grote speakers kocht ik zo’n vreselijke koptelefoon en lag ik op mijn bed urenlang naar die muziek te luisteren.’
Op Homestead High had Jobs een clubje gevormd om zijn muziek-en-lichtshows te geven en om kattenkwaad uit te halen. (Ooit zorgden ze ervoor dat een goud geverfde wc-bril aan een van de oprichters van de school bleef vastplakken.) Het heette de Buck Fry Club, een woordspeling op de naam van directeur Bryld. Hoewel ze al van school af waren, hielpen Wozniak en zijn vriend Allen Baum Jobs aan het einde van zijn laatste schooljaar om een afscheidsgebaar te maken voor alle leerlingen die de school verlieten. Toen Jobs me vier decennia later de campus liet zien, stond hij even stil bij de plaats waar de gebeurtenis zich had afgespeeld. ‘Zie je dat balkon? Daar haalden we die streek met dat spandoek uit, die onze vriendschap bezegelde.’ In de achtertuin van Baum hadden ze een groot beddenlaken neergelegd en geverfd in het groen en wit van de school, met daarop een enorme vuist met een opgestoken middelvinger. Baums aardige Joodse moeder had hen er zelfs mee geholpen en had laten zien hoe je tinten en schaduwen aan moest brengen om het nog echter te laten lijken. ‘Ik weet wel wat dat is,’ zei ze grinnikend. Ze verzonnen een systeem met touwen en katrollen zodat het zich langzaam zou ontrollen terwijl de eindexamenklas langs het balkon marcheerde, en ze tekenden hun werk met in grote letters ‘SWAB JOB’, de initialen van Wozniak en Baum samen met een deel van Jobs’ naam (maar dat ook ‘dweiltaak’ betekende). De streek is deel uit gaan maken van de schoolgeschiedenis – en Jobs werd weer eens geschorst.
Een andere grap betrof een door Wozniak gebouwd zakapparaatje waarmee signalen uitgezonden konden worden die werden opgevangen door de tv. Hij nam het wel eens mee naar een vertrek waar mensen tv zaten te kijken, bijvoorbeeld in een studentenhuis, en hield dan stiekem de knop ingedrukt zodat beeld helemaal vaag werd. Als iemand dan opstond om de tv een klap te geven, liet Wozniak de knop los en werd het beeld weer scherp. Liepen de nietsvermoedende kijkers heen en weer als hij het wilde, dan maakte hij het een beetje moeilijker. Hij hield het beeld dan gestoord tot iemand de antenne aanraakte. En uiteindelijk liet hij hen denken dat het beeld alleen nog scherp was als iemand de antenne vasthield en op één been stond, of zijn hand op de tv bleef houden. Tijdens een presentatie jaren later, toen Jobs zelf eens problemen had met de bediening van de videorecorder, week hij van het programma af en vertelde hij hoeveel plezier ze met het apparaatje hadden gehad. ‘Woz had het in zijn zak en dan gingen wij een studentenhuis in... waar een heleboel mensen zaten te kijken naar bijvoorbeeld Star Trek, en dan stoorde hij de tv, en dan stond iemand op om hem te maken, en als iemand net op was gestaan, deed hij het beeld weer goed, en zat die iemand dan weer, dan stoorde hij het weer.’ En dan vlocht hij zich op het podium in allerlei kronkels en terwijl iedereen lachte, sloot hij af met, ‘en binnen vijf minuten zat er iemand in deze houding.’
De Blue Box
De ultieme combinatie van elektronica en kwajongensgedrag – en de streek die bijdroeg aan het ontstaan van Apple – werd geleverd op een zondagmiddag toen Wozniak een artikel in Esquire las dat zijn moeder voor hem op de keukentafel had gelegd. Het was september 1971 en hij zou de volgende dag vertrekken naar Berkeley, zijn derde college. In het artikel, ‘Secrets of the Little Blue Box’, beschreef Ron Rosenbaum hoe hackers en oplichters manieren hadden gevonden om gratis langeafstandsgesprekken te voeren door de tonen na te maken die het net van AT&T gebruikte voor het rondzenden van signalen. ‘Halverwege het artikel moest ik mijn beste vriend bellen, Steve Jobs, en stukken aan hem voorlezen,’ vertelde Wozniak. Hij wist al zeker dat Jobs, die aan zijn laatste schooljaar begon, een van de weinige mensen was die net zo enthousiast zou zijn als hij.
Een van de helden in het stuk was John Draper, een hacker die bekendstond als Captain Crunch omdat hij ontdekt had dat het geluid dat het fluitje maakte dat je bij die ontbijtgranen cadeau kreeg, dezelfde toon van 2600 Hz gebruikte als de schakelaars die in het telefoonnet werden gebruikt. Daarmee kon je het systeem foppen en een langeafstandsgesprek voeren zonder meer te betalen dan voor een lokaal gesprek. Het artikel onthulde dat andere tonen die dienden als in-band single-frequency signals, een inmiddels achterhaald systeem van signalen voor het doorgeven van gesprekken, vermeld stonden in een aflevering van het Bell System Technical Journal; natuurlijk verzocht AT&T direct alle bibliotheken om het desbetreffende nummer van de plank te halen.
Zo gauw Jobs die zondagmiddag dat telefoontje van Wozniak kreeg, wist hij dat ze direct de hand moesten zien te leggen op een exemplaar van dat technische tijdschrift. ‘Woz haalde me een paar minuten later op en we gingen naar de bibliotheek van SLAC [het Stanford Linear Accelerator Center] om te zien of we het daar konden vinden,’ vertelde Jobs. Het was zondag en de bibliotheek was gesloten, maar ze wisten hoe ze binnen konden komen door een deur die zelden op slot zat. ‘Ik herinner me hoe we woest door de stapels gingen en het was Woz die het tijdschrift met alle frequenties uiteindelijk vond. Het was zo van “holy shit” en we sloegen het open en daar stond het. En we bleven maar tegen onszelf zeggen: “Het is echt waar. Holy shit, het is echt waar.” Alles stond erin – de tonen, de frequenties.’
Wozniak haastte zich naar Sunnyvale Electronics voordat de winkel sloot en kocht de onderdelen om een analoge toongenerator te bouwen. Jobs had, toen hij lid was van de Explorer’s Club van HP, al eens een frequentiemeter gemaakt en die gebruikten ze nu om de gewenste tonen te testen. Met een afstemknop konden ze de geluiden die in het artikel gespecificeerd werden, opwekken en op band opnemen. Om middernacht waren ze klaar voor de eerste test. Jammer genoeg waren de oscillators, de trillingsgeneratoren, die ze gebruikten, niet voldoende stabiel om precies de juiste pulsen op te wekken om de apparatuur van het telefoonbedrijf om de tuin te leiden. ‘We konden die instabiliteit zien dankzij Steve’s frequentiemeter,’ aldus Wozniak, ‘en we kregen het gewoon niet voor elkaar. Ik moest de volgende ochtend op weg naar Berkeley en we besloten dat ik aan een digitale versie zou gaan werken zo gauw ik daar zat.’
Niemand had ooit een digitale versie van een Blue Box gemaakt, maar Woz was de juiste man om die uitdaging aan te gaan. Met diodes en transistors van Radio Shack en met de hulp van een student muziek in zijn studentenhuis met een zuiver gehoor, had hij het nog voor Thanksgiving voor elkaar. ‘Ik heb nooit een elektrisch netwerk gebouwd waar ik trotser op was,’ zei hij. ‘Ik vind het nog steeds ongelooflijk.’
Op een avond reed Wozniak van Berkeley naar Jobs’ huis om het apparaat te testen. Ze probeerden eerst een oom van Wozniak te bellen in Los Angeles, maar ze hadden het verkeerde nummer. Dat deed er niet toe, hun apparaat werkte. ‘Hallo! We bellen je gratis! We bellen je gratis!’ riep Wozniak. De man aan de andere kant was in verwarring en geïrriteerd. Jobs ging meedoen: ‘We bellen je vanuit Californië! Uit Californië! Met een Blue Box.’ Dit verbaasde de man vermoedelijk nog meer, aangezien hij ook in Californië zat.
In het begin werd de Blue Box voor de lol en voor streken gebruikt. De beruchtste streek was dat ze het Vaticaan belden en Wozniak deed alsof hij Henry Kissinger was, toen nog adviseur nationale veiligheid onder Nixon, die de paus wilde spreken. ‘We zijn bij een topontmoeting in Moskou en we moeten de paus spreken,’ herinnert Wozniak zich dat hij heeft gezegd. Hij kreeg te horen dat het in Rome 5.30 uur ’s morgens was en dat de paus lag te slapen. Toen hij weer belde, kreeg hij een bisschop die als tolk op zou treden. Maar de paus kregen ze nooit zelf aan de lijn. ‘Ze beseften dat Woz niet Henry Kissinger was,’ vertelde Jobs. ‘We stonden in een telefooncel.’
Nu doemde er echter wel een belangrijke mijlpaal op, een die een patroon zou worden in hun samenwerking: Jobs kwam op het idee dat de Blue Box meer kon zijn dan een hobby. Ze konden er meer bouwen en verkopen. ‘Ik kreeg de andere componenten bij elkaar, zoals de kast en de voeding en het toetsenpaneeltje en we bedachten samen wat we ervoor konden vragen,’ aldus Jobs, een voorbode van wie welke rol speelde toen ze Apple stichtten. Het eindproduct was ongeveer zo groot als twee pakjes speelkaarten. De onderdelen hadden samen $ 40 gekost en Jobs besloot dat de verkoopprijs $ 150 moest zijn.
In navolging van andere telefoonoplichters zoals Captain Crunch gaven ze zichzelf schuilnamen. Wozniak werd ‘Berkeley Blue’ en Jobs was ‘Oaf Tobark’. Ze klopten op kamers van studentenhuizen om geïnteresseerden te vinden en gaven dan een demonstratie door de Blue Box te verbinden met een telefoon en een speaker. Terwijl de potentiële kopers toekeken, belden ze met plaatsen als de Ritz in Londen of een moppentelefoon in Australië. ‘We hebben zo’n honderd Blue Boxes gemaakt en ze bijna allemaal verkocht,’ vertelde Jobs.
Aan de lol en de winst kwam een eind in een pizzatent in Sunnyvale. Jobs en Wozniak stonden op het punt naar Berkeley te rijden met een Blue Box die ze net hadden gemaakt. Jobs had geld nodig en wilde hem graag verkopen, en dus liet hij hem zien aan een paar kerels aan het tafeltje naast dat van hen. Ze hadden belangstelling, en dus liep hij naar een telefooncel om het te demonstreren met een telefoontje naar Chicago. De klanten zeiden dat ze naar hun auto moesten om geld te halen. ‘Dus lopen we mee naar de auto, Woz en ik, en ik heb de Blue Box in mijn handen en die vent gaat zijn auto in, grijpt onder zijn stoel en haalt er een pistool onder vandaan,’ vertelde Jobs. Hij was nooit eerder zo dicht bij een vuurwapen geweest en was doodsbang. ‘Dus hij richt dat pistool recht op mijn maag en hij zegt: “Geef het maar aan mij, brother.” Ik dacht razendsnel na. Het portier stond open en ik bedacht dat ik dat misschien tegen zijn been kon slaan zodat we er vandoor konden gaan, maar de kans dat hij me neer zou schieten, was dan wel erg groot. En dus gaf ik het hem, heel voorzichtig.’ Het was een merkwaardige overval. De man die de Blue Box aanpakte, gaf Jobs zelfs zijn telefoonnummer en zei dat hij zou proberen er later voor te betalen, als het werkte. Toen Jobs dat nummer later belde, kreeg hij die man uiteindelijk aan de lijn, die maar niet kon begrijpen hoe het werkte. Dus haalde Jobs op goed gekozen wijze de man over om hem en Wozniak op een openbare plek te ontmoeten. Maar uiteindelijk durfden ze niet en besloten ze dat ze de man niet nogmaals wilden ontmoeten, ook niet met het kleine kansje dat ze hun $ 150 zouden krijgen.
Deze streek plaveide de weg voor wat hun grootse avontuur samen zou worden. ‘Als er geen Blue Boxes waren geweest, dan was er ook geen Apple geweest,’ dacht Jobs later. ‘Daar ben ik honderd procent zeker van. Woz en ik leerden hoe we moesten samenwerken en we kregen het vertrouwen dat we technische problemen konden oplossen en echt iets konden produceren.’ Ze hadden een apparaatje ontworpen met een klein printplaatje dat een infrastructuur van miljarden dollars te slim af kon zijn. ‘Je zou niet geloven hoeveel vertrouwen ons dat gaf.’ Woz kwam tot dezelfde conclusie. ‘Het was vermoedelijk een slecht idee om ze te gaan verkopen, maar wij kregen een vermoeden van wat we konden bereiken met mijn technisch inzicht en zijn visie,’ zei hij. Het avontuur met de Blue Box legde de basis voor een vennootschap die kort daarop het licht zou zien. Wozniak zou daarin de vriendelijke tovenaar zijn die met een coole uitvinding kwam die hij net zo lief gewoon weg zou geven, terwijl Jobs uitzocht hoe je die uitvinding gebruikersvriendelijk kreeg, wat de juiste verpakking was, hoe je haar aan de man moest brengen en hoe je een paar dollar kon verdienen.